Zijn wij wel zo feministisch?

De definitie van feminisme volgens Van Dale 1. Het streven naar een gelijkwaardige behandeling van vrouwen ten opzichte van mannen, m.n. op het maatschappelijke, economische en juridische vlak en naar doorbreking van traditionele rolpatronen

Afgelopen week presenteerde de VVD haar concept kandidatenlijst. Een sterke lijst met afwisseling tussen ervaren rotten en nieuw talent. En wat niemand ontgaan is, vier ijzersterke vrouwen in de top vijf. Vrouwen die, wanneer je de politiek enigszins volgt, of je het met hen eens bent of niet, het afgelopen jaar keihard hebben gewerkt en aansprekende, variërende profielen hebben opgebouwd.

Diezelfde avond schoven de vier dames in kwestie, Van Ark, Hermans, Becker en Yesilgoz- Zegerius aan bij Op1. Het interview was een groot contrast. Enerzijds vier kandidaten die in de top vijf van de grootste partij van het land staan, gevraagd om te praten over hun kandidatuur, enthousiast, zichtbaar vereerd en strijdlustig. Anderzijds een presentatie-duo dat vijftien minuten lang doorging over of hun geslacht een factor zou hebben gespeeld, het toch echt een stunt moest zijn en tot slot de beschamende vraag ‘hebben jullie felicitaties gehad van de mannen onder jullie op de lijst?’. Een interview waarmee Op1, die de kans had te laten zien dat je er vier dames in de top vijf van een partij kunnen staan, op basis van hun individuele verdiensten en werkethos voor de partij, maar nee, Op1 liet die kans bewust liggen liggen.

Die fascinatie voor vrouwen aan de top, of het nu in het bedrijfsleven is of in de politiek is al een geruime tijd actueel, de roep om quota lijkt dan ook steeds sterker te worden en de eerste juridische veranderingen zijn hieromtrent een feit. Waar vooral de buitenwereld een mening had over het feit dat de VVD vier vrouwen in top vijf van de concept kandidatenlijst zet kiest D66 voor een andere aanpak. Zij kiezen er bewust voor om hun lijsttrekker te lanceren en profielen als ‘vrouw’. Maar niet alleen in de politiek is het aantal vrouwen aan de top een hot item, ook het bedrijfsleven doet er steeds actiever in mee. Onder andere te zien aan events als ‘women in Tech’, of bedrijven die trots op Linkedin berichten ‘ons management bestaat voor 50% uit vrouwen’. Deze vormen van female-washing kunnen rolmodellen voortbrengen, maar zonder daadwerkelijke veranderingen zal het bij female-washing blijven. En waar ik als vrouw fundamenteel tegen quota ben, omdat ik niet wil geloven dat anno 2020 dat voor mij ‘de’ kans moet zijn om door te stromen, zie ik, nu ik halverwege de dertig ben, een aantal banen verder, dat er wel degelijk een diepgeworteld probleem aan ten grondslag ligt. Een probleem waarbij de overheid deels kan helpen, maar helaas moeten Nederlandse vrouwen, en mannen, ook hun eigen aandeel in dit maatschappelijk vraagstuk kritischer onder de loep nemen.

Want hoe komt het dat we anno 2020 niet in staat zijn als modern, hoogopgeleid land, weg te blijven bij het paardenmiddel quota? Dit is terug te leiden naar wat mij betreft vier facetten: a. het feit dat de Nederlandse vrouw koningin parttime werken is; b. de ouderwetse kijk op de definitie van potentie en een sterke leider; c. ouderwets beleid vanuit de Nederlandse overheid en d. de Nederlandse man. Vier facetten waar we alle vier iets mee moeten doen anders zal het gat niet gedicht kunnen worden en blijft enkel female-washing een marketingtool waar geen enkele vrouw bij gebaat is.

Koninginnen van het parttime werken
Begin bij jezelf zegt men, laten we dat in deze dan ook doen. Nederlandse vrouwen zijn koninginnen parttime werken, maar liefst 73,8%. Dit ligt twee keer zo hoog als in bijvoorbeeld alle andere 35 Europese landen om ons heen. De cijfers onder de jonge vrouwen zijn nog verontrustender. Maar liefst 63% van de vrouwen onder de 25 heeft een baan voor minder dan 35 uur per week, tegenover 30% van de mannen. Dus direct na het afstuderen, op het moment dat de dromen en ambities niet te temperen zouden moeten zijn, kiest het merendeel van de Nederlandse vrouwen voor een parttimebaan. Hier raken we aan een van de grote problemen: er zijn simpelweg minder vrouwen beschikbaar. En dan hebben we het puur over het doorstromen naar de top, nog niet eens over het feit dat het merendeel van de Nederlandse vrouwen niet economisch zelfstandig is. Wat op de lange termijn de positie van de vrouw vanuit financieel perspectief weer kan benadelen. De vraag die bij mij dan opkomt is: zijn Nederlandse vrouwen gemiddeld genomen wel zo ambitieus? Vinden wij dat glazen plafond wel echt zo’n probleem? En waarom wel de droom, of de uitgesproken mening over het zogenaamde ‘glazen plafond’, maar niet de uren maken die onze mannelijke concurrentie wel wil maken? Ik hoorde VVD-kamerlid Dilan Yesilgoz- Zegerius ooit terecht zeggen, ‘in het merendeel van de gevallen is er geen glazen plafond, maar plakt de vloer zo lekker’.

De werkgever
Het tweede facet van dit vraagstuk ligt aan de zijde van de werkgever. De vrouwen die op leidinggevende posities terecht zijn gekomen, of in aanmerking komen voor een promotie, lopen vaak aan tegen de masculiene beoordelingscriteria. De ouderwetse definitie van een succesvolle leider of manager is simpelweg geen one-size fits all. Vaak gehoord uit het werkveld zijn de klachten dat vrouwen niet standvastig, hard of commercieel genoeg zijn.

Waarbij dus geheel voorbij wordt gegaan aan andere kwaliteiten die net zo essentieel kunnen zijn in een toppositie. Tot slot het flexibele werken. Veel bedrijven hadden de mond vol over ‘modern en flexibel werken’, maar als puntje bij paaltje komt rekenen we een werkdag toch echt nog steeds als werkdag wanneer je tussen 09:00 en 18:00 beschikbaar bent. Werkgevers zouden meer moeten sturen op output en werknemers de ruimte geven hun dag iets flexibeler in te richten zodat zij hun kinderen kunnen halen van school of de opvang en na het diner nog wat werk af te ronden. Op die manier stel je mensen in de gelegenheid om toch die 32 of 40 uur te werken, en maak je die leidinggevende functie voor mensen die aangeven het ouderschap niet altijd goed te kunnen combineren met de verwachtte 9–6 uren, bereikbaar.

De Nederlandse man
Ook de Nederlandse man heeft een groot aandeel in dit vraagstuk, sorry heren. Is het niet omdat de man in een groot aantal gevallen de partner van de parttime werkende dame is, dan is het omdat mannen in een grote meerderheid op posities verkeren van waaruit ze oplossingen voor dit vraagstuk kunnen aanleveren en dus de macht en mogelijkheden hebben om zaken te veranderen. Voor de man is een rol weggelegd in zowel gedrag als in denken. In hun denken doordat de Nederlandse mannen blijkbaar content ermee zijn dat hun (vrouwelijke) partners massaal parttime werken en daarmee economisch afhankelijk zijn. Maar ook omdat veel mannen menen dat het ‘feministisch gejuich’ voor een vrouwelijke topbestuurders of politici seksistisch zou zijn, of doorgeslagen feministisch. Deels stemt mij dat positief, omdat deze mannen er dus blijkbaar vanuit gaan dat het speelveld voor mannen en vrouwen gelijk zou moeten zijn.Deels stemt dat ook verdrietig, omdat deze zelfde mannen blijkbaar niet doorhebben dat het speelveld nog niet gelijk is en hun negatieve reacties, vanuit hun mannelijke bubbel, hier in geen enkel opzicht een positieve bijdrage aan geven.

Want laten we de feiten even scherp hebben: vrouwen mogen (door toedoen van mannen) pas 100 jaar stemmen, en worden daarmee pas sinds 100 jaar als gelijkwaardig gezien. Over het algemeen worden vrouwen pas sinds 50 jaar niet ontslagen wanneer ze zwanger zijn en tot slot, mannen hoeven nooit te ervaren hoe het is om gepasseerd te worden voor een promotie omdat je zwanger bent of kunt worden. En ja dat gebeurt vaak (40% van de vrouwen hebben dit ervaren); sta je dan met je 2 studies en 3 nevenfuncties. Dus naast het feit dat vrouwen zelf moeten zorgen dat ze erbij zijn, uit hun parttime werken bubbel moeten stappen, zullen mannen moeten inzien dat vrouwen van ver komen, en de gespeelde onschuld dat ‘vrouwen toch niets te klagen hebben anno 2020 bullshit is. Leestip: Vrijgevochten van senator en Partner bij Baker McKenzie, Mirjan de Blécourt.

De rol van de overheid
Tot slot de overheid. En ik gebruik de bewoording ‘tot slot’ bewust omdat eerdergenoemde facetten een dusdanig positief effect kunnen hebben op het aantal vrouwen aan de top van het bedrijfsleven dat ik hoop dat nieuwe paardenmiddelen, naast quota, voorkomen kunnen worden. Want let wel, ik ken geen enkele hardwerkende ambitieuze vrouw die je een plezier doet met het toewijzen van een functie, omdat zij een vrouw is.

Toch kan de overheid een positieve impuls geven. Zo is kinderopvang duur en ingewikkeld, loont het in een groot aantal gevallen om als partner met een lager inkomen minder te gaan werken en is 100% betaald vaderschapsverlof niet alleen leuk voor (nieuwe) vaders, maar creëert het ook een gelijker speelveld tussen mannen en vrouwen op de werkvloer.

Terug naar de definitie van feminisme. Ben ik een voorstander van vrouwenquota? Nee. Geloof ik dat we vrouwen enige vorm van plezier doen door hen een baan te geven, enkel en alleen om hun geslacht? Nee. Streef ik naar een gelijkwaardige kans tussen mannen en vrouwen? Ja. Geloof ik dat vrouwen anders, maar minstens net zo goed zijn als mannen? Ja.

Geloof ik dat een top vijf van een concept kandidatenlijst van een politieke partij, met vier vrouwen een positief effect kunnen hebben op de ambities van jonge vrouwen? Ja. Maakt mij dat dan gelijk een feminist? Prima.

Door Claire Martens https://twitter.com/ClaireMartens3

Zoeken naar de ideeën, mentale modellen en innovaties die nodig zijn om de uitdagers van de vrijheid in de 21e eeuw te verslaan.

Zoeken naar de ideeën, mentale modellen en innovaties die nodig zijn om de uitdagers van de vrijheid in de 21e eeuw te verslaan.